“Alles Kwijt”, een hoofdstuk uit SoloMan

Het volgende is een uittreksel van “SoloMan”:

Alles kwijt

 Het is volle maan maar de zware bewolking en lichte regen belemmeren het zicht. De vuurtoren zwaait met vaste regelmaat haar licht over het trieste schouwspel. Het licht van mijn hoofdlamp gaat verloren in het donker. Ik zit op een steile helling, twintig meter boven het wrak van mijn boot. Aan de perioden, iedere dertien en drie seconden, van het vuurtorenlicht weet ik dat ik op een eiland ben, het is hoogstwaarschijnlijk onbewoond. Het is vier uur in de morgen. In het donker heeft het weinig zin om naar een beter beschutte plek te zoeken. Op het laatste moment heb ik mijn laarzen aan kunnen trekken maar ik heb geen buitenkleding aan. Ik probeer zo dicht mogelijk onder de laag groeiende boompjes te kruipen, uit de regen en harde wind. Ik heb een redelijk vlak stukje gevonden maar moet me wel schrap zetten tegen een sparrenboompje om niet weer naar beneden te glijden. De geur van salie wordt vermengd met die van vuursteen, door de ijzeren kiel die tegen de rotsen slaat.

De “Fleetwood” is gebouwd in Sapeli multiplex en het is nu een holle drum geworden. Het driekleuren licht brandt nog bovenop de wild zwaaiende mast, die schudt en kraakt als de mast de steile rotswanden aan beide kanten raakt. Tien minuten eerder werd ik met slaapzak en al uit mijn kooi gesmakt. Door de kajuitingang zag ik een steile rotswand. Golven sloegen de kuip in. Ik greep mijn rugzak waar mijn portemonnee en paspoort al in zat, snel nog mijn laptop en fototoestel er bij ingestopt. In mijn haast lukte het me niet om mijn zwemvest aan te trekken. De boot was achterstevoren klem geraakt in het eind van een inham.

Het water dat de kuip insloeg veroorzaakte kortsluiting in het motor-paneel; knetterende lichtflitsen schoten alle kanten uit. Het framewerk van de windvaan op de achtersteven bonkte op de rotsen.

Ik kon van het frame direct op de rotsen springen, zonder nat te worden. Op handen en knieën klauterde ik de helling op.

Langzaam begint het tot me door te dringen dat een stuk van mijn leven wordt afgesloten. Een deur wordt voor mijn neus dichtgegooid. Mijn boot, mijn huis, mijn dromen, alles wat ik bezit wordt met iedere nieuwe aanslag van een massa wit schuimend water in stukken geslagen.

Al mijn aardse bezittingen verdwijnen twintig meter onder me. De “Fleetwood” was mijn enige onderdak sinds ik negen jaar geleden uit Amerika vertrok in 2005.

Wat nu?

Ik heb nog wat spaarcenten op de bank en wat kleinigheden in schoenendozen bij mijn dochters in Amerika en bij mijn zuster in Badhoevedorp.

Maar hoewel ik nog doodmoe ben en het nog niet helemaal kan bevatten, begint er al een gevoel van opwinding en verwachting in me te groeien. Wat voor verrassingen heeft God deze keer voor mij in petto?

Dit zijn twee bladzijden om een idee van de foto’s te krijgen en een van de vele blijvende herinneringen aan de mensen die ik leerde kennen.

Screenshot (14)